Lost white Tribes
Lost white Tribes

REFORMATORISCH DAGBLAD
16 augustus 2000
by E. Kieckens
In het kielzog van de Verenigde Oost- en Westindische Compagnie kwamen in de 17e eeuw vele Nederlandse gelukzoekers naar de Nieuwe Wereld: Amerika, Azië en Afrika. De meesten keerden na verloop van tijd terug, anderen bleven. Zij namen de spraak van de nieuwe machthebbers over en huwden de oorspronkelijke volken. Slechts een paar groepen integreerden niet. Over deze 'kolonisten' gaat het vlotgeschreven boek ”Vergeten blanke stammen”.

De niet-geïntegreerde Nederlandse avonturiers die lang geleden naar de Nieuwe Wereld trokken, zijn tegenwoordig te vinden in onder andere Sri Lanka (Dutch Burghers) en Namibië (Basters). De mooiste zinsnede komt uit de mond van zo'n Baster. Een Namibisch meisje uit Rehoboth kijkt dromerig voor zich uit als de schrijver vraagt of ze naar Londen of Parijs zou willen reizen. Dan zegt ze: „We willen naar het land dat Nederland heet, het leukste van allemaal.” Hopelijk komt ze er nooit. Wat een teleurstelling zal dat zijn voor een Baster die thuis liederen zingt „zoals die in de zeventiende eeuw in Utrecht klonken.”

Rehoboth

De Basters, zogenoemde trekboeren, begaven zich in de achttiende eeuw vanuit de Kaapkolonie naar het huidige Namibië. Tijdens de Boerenoorlog voegden de Boeren die Zuid-Afrika ontvluchtten, zich bij hen. Als 'Izaks' op zoek naar vruchtbare gronden settelden de trekboeren zich op een stuk land, dat zij Rehoboth noemden.
”Baster” is een woord uit het Nederlands zoals dat in de Kaapprovincie werd gesproken. Het betekent ”halfbloed”. Een naam waarop de Rehobothers trots zijn, omdat zij trots zijn op de verbintenissen die zij aangin- gen met Hottentotten- en Namavrouwen.
De tienduizenden Basters van nu „hebben het blondste haar van de wereld en een Europees gezicht met dezelfde schedelvorm als die van Duitse of Italiaanse vrouwen”, zei een Duitse etnoloog tegen auteur Riccardo Orizio. „Hun voeten zijn echter piepklein en lijken op die van de Hottentotten.” De Basters spreken Afrikaans, Engels en Duits. De laatste taal werd gesproken door de koloniale macht aan het eind van de 19e eeuw.

Uitverkoren volk

In Rehoboth zijn meer kerken dan in enige andere stad in Afrika. De Basters vergelijken zich met de oude Hebreeërs, een uitverkoren volk, trouw aan God, maar ook ongelukkig. Ongelukkig omdat het door tweedracht verscheurd is. Die tweedracht is aanwezig tussen oude families die rechtstreeks van de oorspronkelijke pioniers afstamden en de nieuwe families die later kwamen. Ze leidde ertoe dat Rehoboth zijn soevereiniteit heeft moeten afstaan.
De gemeenschap moet nu opboksen tegen de regering in Windhoek, de hoofdstad van Namibië sinds de onafhankelijkheid van 1990. Windhoek ziet de 'kolonisten' niet erg zitten en heeft 1200 ambtenaren met hun gezinnen naar Rehoboth gestuurd. Wellicht met als doel de bevolkingssamenstelling te veranderen. Maar vooralsnog beschikken de meeste gezinnen nog over een koekoeksklok, Adler- typemachine en „langspiel-platen.”

Dutch Burghers

De Dutch Burghers op Sri Lanka (vanaf 1972 de benaming voor Ceylon) vormen een veel minder hechte gemeenschap, maar hun oorsprong ligt dan ook wat verder in het verleden. De Hollandse tijd op Ceylon begon in de 17e eeuw en zou bijna twee eeuwen duren. Toen de Engelsen in 1802 de macht overnamen, vertrokken veel Nederlanders naar andere Aziatische kolonies of keerden terug naar het vaderland. De Nederlanders die bleven, verengelsten op den duur.
De Dutch Burghers anno 2000 vormen een bonte verzameling nakomelingen van al dan niet gemengd Nederlandse, Engelse, Portugese, Tamil- of Singalese afkomst. De Burghers -stadslui- kennen eigenlijk maar drie woorden uit de Nederlandse taal: „Het Lieve Vaderland”, de titel van een patriottisch lied dat in de Dutch Burgher Union in Colombo wel eens wordt gezongen. Alleen Burghers van Nederlandse afkomst zijn daarvan lid, want ook in deze oude gemeenschap is niet iedereen gelijk.
Om maatschappelijke status aan te duiden, gebruikt men typeringen met kleurnuances. Zo worden Burghers van lage afkomst ”theestruiken” of ”tupaz” genoemd, naar een bruinkleurige steen.

„Wit Kokospoeder”

De oude (half)blanke gemeenschappen zoals de Basters en Burghers houden zich zo sterk bezig met navelstaren, dat je bijna zou vergeten dat er nog een buitenwereld bestaat. Een buitenwereld die veel groter en machtiger is. De Burghers houden zich zo veel mogelijk koest, zodat de Srilankanen nauwelijks van hun bestaan afweten.
Ten tijde van de onafhankelijkheid (1948) heetten de Burghers „Wit Kokospoeder”, in de betekenis van „blank uitschot.” Tegenwoordig worden de Burghers uitgescholden voor „Lanzi.” Die benaming herinnert schrijver Orizio aan het Italiaanse woord voor landsknechten, de ruige huurlingen die ten tijde van de Renaissance door Italië zwierven.
Die herinnering vormt een van de weinige uitstapjes naar het geboorteland van de uitstekende kroniekschrijver. Voor de rest is Orizio goed op de hoogte van de geschiedenis en nauwkeurig in het gebruik van vreemde talen. Geen enkele maal begaat Orizio -journalist bij het kwaliteitsdagblad Corriere della Sera- een spellingfout, een unicum voor een Italiaans journalist.
Het enige dat de auteur valt aan te rekenen, is zijn onsportiviteit wanneer hij Michael Ondaatje -Dutch Burgher én wereldberoemd schrijver- een hak zet. In zijn boek laat Orizio een Dutch Burgher in Colombo zeggen: „U moet niet alles geloven wat u in de boeken van Michael Ondaatje leest.” Nu maar hopen dat alles wat in ”Vergeten blanke stammen” staat, waar is.